

Taaldoelen verbinden
aan
wereldwijze thema's
Er liggen veel kansen als je taalonderwijs en wereldoriëntatie verbindt.
Werk daarom met kinderen gedurende een langere tijd aan een wereldwijs thema, waarbij je taaldoelen en inhouden voor aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuurkunde, burgerschap en techniek zoveel mogelijk integreert.
Kies voor thematisch Wereldwijs onderwijs met samenhang tussen taal en wereldoriënterende vakken, inhouden en doelen.
Kinderen bouwen ruime en betekenisvolle kennis van de wereld op door in een thema meerdere keren over een onderwerp te lezen, luisteren, praten en schrijven.
Taal is voertuig voor leren. Het geeft kinderen toegang tot de ervaringen, kennis en inzichten van anderen. Het helpt ze om gesprekken te voeren om te denken en te leren.
​
Daarbij zorgt de rijke wereldwijze taal van zaakvakken ervoor dat kinderen teksten, presentaties of gesprekken steeds beter gaan begrijpen, omdat zij nieuwe kennis kunnen verbinden aan dat wat ze al weten.

Stap voor stap
Verbind de inhouden van Taal en Wereldwijs en ontwerp betekenisvolle activiteiten voor kinderen.
​
-
Verken, overleg en bepaal met welk thema je de volgende periode aan de slag gaat;
-
Bekijk het bord en brainstorm samen, waarbij je aandacht hebt voor de actualiteit in jouw groep en in de wereld. Maak hierbij gebruik van de activiteitenkaart ‘thema ontwerpen’.
-
Bedenk welke Wereldwijze praktijken er mogelijk zijn.
-
Kies (vanuit de doelenkaarten Taal) enkele tekstsoorten en taaldoelen die passen bij die wereldwijze praktijk(en) en bij de ontwikkeling van de kinderen in jouw groep.
-
Download de doelenkaart van het thema en vul deze aan met de gekozen tekstsoorten en taaldoelen en kopieer de kaart voor ieder kind.

Zicht op ontwikkeling
Met de kaarten heb je een overzicht van de vaardigheden en inhouden waar je een bepaalde periode specifiek aandacht aan besteedt.
Gebruik de kaart in je periode- week- en dagplanning en verbind taaldoelen aan betekenisrijke inhouden en activiteiten. Organiseer passende instructies, doe met kinderen mee in de activiteit en reflecteer met hen door te vragen: Wat kan/weet/lukt je al zelf? Kijk vervolgens wat het kind nodig heeft om een ontwikkelstapje te maken. Zo krijg je goed zicht op ieders ontwikkeling. ​




